.

Mijn doel in het leven is bijna 40 jaar geweest dat ik alles perfect wilde doen. Als ik alles goed doe,  was mijn verwachting, is iedereen blij met me en krijg ik wat ik wil: liefde, vriendschap, salaris, erkenning, etc. Daardoor was ik net een windvaantje op speed. Ik paste me steeds aan om in de ogen van de ander het goed te doen. Ik rende maar door om boven alle verwachtingen uit te stijgen. Dat ging natuurlijk niet goed. Niet alleen raakte ik mezelf kwijt, ik raakte ook in conflict (hoe kan ik aan iemands verwachtingen voldoen als ik het helemaal niet met hem/haar eens ben of als verschillende mensen in een groep verschillende verwachtingen hebben?). Ik raakte opgebrand van zo hard mijn best doen. En geïrriteerd door anderen die dat in mijn ogen niet deden.

Om overeind te blijven ontwikkelde ik twee standen: aan en uit. Als ik aan stond, meestal op mijn werk of als iemand een beroep op me deed (maar ook: ok, niemand biedt zich aan? Dan doe ik het wel….),  had ik tomeloze energie. Ik pakte ik zo veel mogelijk taken erbij, werd door veel mensen gezien als enthousiasteling en raakte ongeduldig als het allemaal niet opschoot. Op andere momenten (vaak thuis) had ik geen puf, kwam ik in de uitstand. Ik was leeg en waar ik me veilig voelde werd ik snauwerig. Ik kwam niet toe aan de dingen die ik eigenlijk belangrijk vind. Vanuit die uit stand ging ik steeds moeilijker aan, maar zodra ik aan was ging ik weer door met rennen. Wel met steeds minder geduld en met steeds meer moeite. Tot ik niet meer aan ging en moest resetten om weer verder te kunnen.

Onderdeel van die reset is beseffen dat je niet door het leven kunt in sprint. Ik niet tenminste… Dat realiseren kost me nog steeds moeite. Het voelt als falen dat ik niet continu alles kan geven. Rationeel kan ik bedenken dat de sprint voor korte stukjes is en dat je daarna weer rustiger aan moet doen om krachten op te doen. Mijn angstige ik blijft alleen denken dat ik pas goed genoeg ben als ik continu sprint en alles geef. Ik leer daar minder naar te luisteren en het gekke is dat ik voor het eerst begin te merken dat bijna niemand volcontinu een sprint verwacht. Als ik dingen voor mijn doen op 60% doe, zijn mensen nog steeds heel blij.

Dat is een gekke gewaarwording, maar wel een belangrijke. Het maakt namelijk dat ik energie overhoud voor de dingen die ik zelf belangrijk vind. Eindelijk begin ik te beseffen dat ik gebouwd ben voor comfort en niet voor snelheid. Langzamer kom ik er ook, maar wel op een fijne manier. En dat is niks om me voor te schamen 🙂

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *