.

Ik ben van jongs af aan zeer kritisch op mezelf. Ik zie altijd wat mooier, beter, sneller, aardiger, duidelijker kan. Bij alles en iedereen, maar vooral bij mezelf. Dat wat niet goed genoeg is moet beter en als dat niet lukt dan leidt dat tot frustratie. Al jaren zat ik niet lekker in mijn vel. Continu probeerde ik te snappen waarom ik ben zoals ik ben en waarom veel dingen me zoveel energie kostten. Ik begon dat steeds beter te begrijpen, maar ik kreeg het ondanks dat ik het begreep niet gekeerd. Dat frustreerde me natuurlijk nog meer: hoe kan ik nu weten hoe het zit en het niet anders kunnen doen?!

Toen een behoorlijk aantal dingen in mijn leven tegelijk verre van soepel liepen, kwam ik vast te zitten. Na een tijd zelf ploeteren kreeg ik hulp. Daardoor kwam ik letterlijk en figuurlijk weer in beweging en bouwde ik mijn energie weer op. Natuurlijk gingen we weer uitpluizen waarom ik dingen deed zoals ik ze deed en waar het gevoel om niet goed genoeg te zijn vandaan kwam. Nog meer kwartjes vielen en ik ging me langzaam maar zeker anders voelen. Ik kon meer zien wat van mij was en wat van de ander en voelde voor het eerst dat datgene van de ander niks over mij zegt, al zeggen al mijn alarmbellen van wel.

Dat blijft natuurlijk wel een voortdurende strijd, een nieuw gedachtenpaadje is niet meteen net zo begaanbaar als de breed uitgesleten snelweg van mijn oude gedachten. Mijn focus bleef daardoor liggen op datgene waar ik van af wilde. Tot ik plotseling tijdens het praten over een worsteling in mijn werk opeens zag dat ik in het continue conflict met twee delen van mezelf,  de zeer dominante kritische en angstige kant en de veel lichtere, vrolijke, vrije, creatieve, kinderlijke kant van mezelf, steeds focuste op het onder controle krijgen van de kritische en angstige kant. Daar ging zoveel tijd en energie in zitten dat er voor die andere kant geen ruimte over bleef, maar die bleef wel steeds in mijn kont bijten:’ Ik ben er ook nog!’

In de mindmaps die ik maakte over waar ik heen wil in mijn werk werd het zo duidelijk dat ik er niet meer omheen kon. Ik koppelde er automatisch kleuren aan die een positief of juist een negatief gevoel gaven. Opeens drong tot me door dat er twee manieren zijn om twee kanten in balans te brengen. De macht van de ene kant kleiner maken (wat ik al jaren probeerde) of de andere kant te laten groeien. Op beide manieren komt de wip in balans, maar de ene manier kost veel meer moeite dan de andere. Ik kies nu dus heel bewust voor om het lichte groter maken. Groeien maar, proberen maar. En heel frivool gewoon doen wat me energie geeft. Zo krijg ik steeds meer tegenwicht tegen mijn eigen zelfkritiek. En dan kan mijn kritische, angstige kant zijn gezonde functie als waarschuwer weer terug krijgen in plaats van continu aan het roer te staan. Ik stuur zelf, gevoed door alle kanten in mezelf.

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *